woensdag 23 april 2008

hamers vinden / hamers lezen

Coen Peppelenbos schrijft in de comments van De Contrabas: "Ik snap de reactie van Bakker wel, want ik begrijp de gedichten van Perquin ook vaak niet (zeg maar gerust bijna altijd). En ik wil uiteindelijk toch doorgronden wat er staat en waarom het daar staat. Daar kun je vervolgens van alles tegen inbrengen (zoals Heytze op zijn weblog doet), maar uiteindelijk wil ik poëzie als lezer of toehoorder toch snappen. 'Maar een gedicht is geen verhaal dat je je laat vertellen, een gedicht is een soort vreemde bak met spullen waar je iets van je eigen gading uit haalt, als er zoiets tussen zit,' zegt Heytze. Dat is een te vrijblijvend beeld. Ik wil alles weten over die vreemde bak met spullen."

Poëzie als bak met spullen. Prachtig beeld. En inderdaad, van een bak met spullen zou je "alles" te weten kunnen komen, want zo'n bak is echt, en er zitten echte spullen in. Bijvoorbeeld een hamer. Dat is dat een specifieke hamer, deze bijvoorbeeld. Wie de bak onderzoekt, vindt die hamer en de volgende die de bak onderzoekt, vindt hem ook. Deze hamer. En geen andere. Zo kun je net zo lang de bak met spullen onderzoeken, tot je hem precies in kaart hebt gebracht.

Echter, komt er in een gedicht het woord "hamer" voor, en ik lees het, dan denk ik aan een hamer als deze. Coen Peppelenbos denk wellicht juist aan een hamer van dit soort. En weer iemand anders denkt bij het lezen van het woord, in een bepaalde ambigue contekst van het gedicht, aan een heel andere hamer, namelijk deze.

Kun je net zo lang onderzoeken totdat onomstotelijk vast is komen te staan welke hamer er in het gedicht voorkomt? Volgens mij niet. Dat is namelijk mede afhankelijk van wie het gedicht leest, wanneer hij het leest, in welke sociale, geografische en politieke contekst hij het leest, en ga zo maar door.

Wie leest, beleeft. Ik denk dan ook dat Heytzes bak met spullen voornamelijk het beeld is van het voor het eerst doorzoeken van een bak met spullen: dan weet je nog niet wat je gaat vinden. Het beeld van de bak draagt dan nog een hoeveelheid mogelijkheden in zich zich die uiteindelijk onmogelijk in de bak passen.

En zo (bestaat toeval?) komen we weer uit bij wat er vrijdagavond in Perdu gaat gebeuren. Want doordat in de reeks De Lezer dichters hun eigen bundel bespreken door er iemand anders over te interviewen, vindt op het podium precies dat proces plaats wat normaal gezien in het hoofd van een lezer plaatsvindt: dat wat er gebeurt als je iets in taal vat en het zo doorgeeft, in plaats van het iets zelf te overhandigen.

Taal deelt niet alleen mee, taal creëert ook mogelijkheden. Vooral in de poëzie. Misschien is taal daarom per definitie wel poëtisch. En is poëzie eigenlijk het meest heldere, directe taalgebruik.

De Lezer
Vrijdag 25 april
Perdu
met: Jan Baeke, Johan Schokker, David Sneek en Erik Spinoy
(meer info: hier en hier)